Mark Saey | Civiclab

4. Invullen van het didactische schema

STAPPEN

+ agenda

KENNISLUIK

+ matrix doelen

DOELUIK

+ matrix doelen

EVALUATIE

+ Jury- evaluatie

Probleem      
Analyse      
Waarden, Alternatieven      
Andere opinies      
Standpunt      

Nu is men klaar om het didactische schema definitief in te vullen en de voornaamste items uit de gehanteerde eindtermen/competenties-matrixen (eventueel met een cijfer) een plaats te geven. Het invullen van dit schema is samen met de twee bouwstenen van het onderwerp het resultaat van de voorbereiding van een WELT traject.

We kunnen nu al het meeste aangeven van wat we winnen t.o.v. de bestaande projectwerking en burgerschapseducatie:

  • De complexiteit van de diverse matrixen is overwonnen. Eens de onderdelen van kennis- en doe-luik ingevuld, volstaat het daarbij de nummers van de items uit de relevante (vaak sterk overlappende) matrix(en) te vermelden. Op dat moment helpen deze matrixen ook: ze wijzen het lerarenteam op de eventueel nog te verhelpen onvolledigheid van de voorbereiding.
  • Er is een zowel handige als theoretisch onderbouwde wijze om er zoveel mogelijk vakken uit het curriculum bij te betrekken (het morele stappenplan). Ze krijgen ook elk een haalbare beurtrol van 2 tot 3 lesweken in de organisatie.
  • Minstens even belangrijk is dat zo de samenhang van de vakken en dus de zin van het curriculum voor de leerlingen en leerkrachten duidelijker wordt. Er zijn ook reeds indicaties dat een WELT project daardoor het algemene leren bevordert in betrokken vakken en andere pedagogische activiteiten.
  • Tot op heden wordt veel van burgerschapseducatie extern aan scholen aangeboden, terwijl dat in feite het doel van het curriculum was en is. Door het leren in het curriculum te ondersteunen reactiveert WELT de humanistische verlichtingsidealen van “klaarheid brengen” en “kennis is macht” binnen de verschillende vakken. En gezien de schaal waarop een traject wordt georganiseerd (een klas of een jaargroep) rationaliseert dat ook het schoolgebeuren of wordt het schoolbeleid doelgerichter.
  • De duur en de opbouw garanderen ook de ‘neutraliteit’ of het pluralisme door een dam op te werpen tegen indoctrinatie: de analyse (van wat is) duurt enkele weken, soms enkele maanden en wordt onderscheiden van een fase rond waarden (wat moet), en wordt gevolgd door een democratisch opgezette voorlaatste fase. Voor een uitvoeriger en meer juridische argumentatie hiervan, klik hier.
  • De participatie van de leerlingen wordt door de focus op engagement en de actieve werkvormen sterk verhoogd, wat een middel is tegen schoolmoeheid en voor het integraal of filosofische leren dat zo sneller z’n weg vindt in het onderwijs.
  • De werkwijze werd gebaseerd op een bestaande en effectieve leervorm: de geïntegreerde proef uit het Vlaamse beroepsonderwijs (en technische en kunstonderwijs). Daarmee geldt voor het Vlaamse onderwijs dat geen geheel nieuw model wordt aanbevolen. Maar door de aanpassing tot WELT kan deze ook in het algemene onderwijs worden ingevoerd en worden het technische en beroepsonderwijs opgewaardeerd – waarmee alvast de ongelijkheid in burgerzin in het Vlaamse onderwijs wordt tegengegaan.

Er resteert ons nog één bouwsteen te behandelen voor we overgaan tot het illustreren van de verschillende stappen.

StumbleUponPrintFriendly