Mark Saey | Civiclab

Fase 3. Waarden en alternatieven

3.1. Verdeling van welvaart

In de derde fase van het stappenplan kon Geschiedenis, via een laatste lesonderdeel over de toenemende ongelijkheid in welvaartsverdeling in de wereld, de verworven inzichten doorgeven aan het spil-vak LVB/B dat er eerst, in het doe-luik, voor zou zorgen dat de theoretische kennis terug aan ‘praktijk’ werd gekoppeld of aanschouwelijk werd gemaakt. Dat gebeurde door hen mee te nemen naar de samenkomst van de groepen die nadenken over en actie voeren rond een andere mondialisering: het Wereld Sociaal Forum, waarvan dat jaar het Belgische luik in Brussel doorging.

De leerlingen kwamen op de hen voorgestelde rondleiding in contact met vakbondsafdelingen en middenveldorganisaties die zich bekommeren om migratie, recht op wonen en fiscale rechtvaardigheid. Na in de namiddag het politieke debat te hebben bijgewoond, kregen de leerlingen antwoord op hun vraag naar wat de visie achter zo’n WSF is. Daarvoor baseerde ik me op het boek van journalist Barrez D. (2001): De Antwoorden van het antiglobalisme, Roeselare: Roularta.

‘Het is (…) nog niet helemaal duidelijk waar ze (…) heen willen. Er zijn vele, soms zelfs grote verschillen tussen de groepen. Toch zie ik een vijftal dingen die vaak weerkeren in wat ze vertellen, en waardoor ik denk dat zij – van welke ideologie zij ook vertrekken – de eerste stenen leggen voor een nieuwe, ecologisch draagbare en meer democratische wereld. Hun centrale wens lijkt me immers om de transnationale economie onder het beheer van de samenleving te brengen, door wereldwijd voor een meer mondiale democratie van hoog tot laag te ijveren. Dat is ook wat ze bedoelen met hun meest bekende slogan ‘Een andere wereld is mogelijk’. Dat betekent dat ze dus eigenlijk een ander sociaal systeem willen opbouwen.

  1. Hun ideeën voor thuismarkteconomieën moeten niet worden begrepen als zouden ze zich uit de transnationale economie willen terugtrekken. Dat eerste van de vijf punten slaat eerder op hoe ze de landbouw willen vrijwaren van de negatieve aspecten van de wereldmarkt, waar voedselprijzen heel erg kunnen schommelen (met alle gevaren van dien voor volkeren die van de export van slechts enkele producten of gewassen afhankelijk zijn). Algemeen zou je dit kunnen verwoorden als de levensnoodzakelijke voedselvoorziening meer op regionale markten richten dan op de export voor de wereldmarkt. Daarmee staan ze meer interne landbouwmarkten voor die ook meer gediversifieerd moeten worden, en waar bijgevolg niet langer multinationale bedrijven, speculanten en grootgrondbezitters de dienst uitmaken. Zodat niet alleen opnieuw meer mensen werk kunnen vinden in de landbouw, maar ook de ecologische uitputting – door de energie-intensieve productie en het milieuvervuilend wereldwijd transport – drastisch kan afnemen. Maar dat betekent dus niet dat zij principieel tegen handel of een transnationale economie zouden zijn.
  2. Wel vinden zij dat in een mondiale samenleving de economie de mensenrechten van alle arbeiders op waardig werk, waardig loon en sociale voorzieningen moet respecteren. Dat is een tweede punt dat je tijdens het debat ook hebt gehoord, en dat is meteen ook een eerste argument voor meer mondiale democratie en gelijkheid. Ook in de zin van een wereldregering die daar toezicht moet kunnen op houden. De voorstanders van zo’n regering willen dat deze gevormd wordt uit de organismen van de Verenigde Naties, die daartoe wel meer democratisch moeten worden samengesteld.
  3. Derde punt, en tweede argument voor meer gelijkheid en mondiale democratie, is dat die regering ook moet zorgen voor eerlijker en billijkere belastingen. Hier zijn zij met z’n allen voor de afschaffing van de fiscale paradijzen en het bankgeheim, voor het algemeen invoeren van vermogensbelasting, en voor het taxeren van financiële transacties. Van dat laatste is de Tobintaks, waar je daarnet tijdens het debat ook over hoorde, een goed voorbeeld. Onder druk van o.a. ATTAC kreeg die taks in 2004 de goedkeuring van het federale parlement. Het is voor hen natuurlijk wel nodig dat die ook op de hogere echelons van o.a. de EU wordt aangenomen. De opbrengst daarvan zou het lenigen van de voornaamste basisbehoeften van alle mensen moeten helpen garanderen.
  4. Het vierde punt lijkt me de invoering van het wereldbasisinkomen te zijn. Enkele euro’s per week zou voor heel veel directe producenten, die in de arme landen vaak met een piepklein handeltje in de overlevings- economie moeten rondkomen, een wereld van verschil kunnen maken. Als een duwtje in de rug kan zo’n basisinkomen lokale markten tot bloei brengen. Andere ideeën rond welvaartcreatie vind je ook bij hen die pleiten voor het vervangen van de klassieke bedrijfsvorm door coöperaties. Dat is een bedrijfsvorm waarbij de arbeiders mede-eigenaars zijn, waarop de vraag van de consument meer rechtstreeks vat heeft en waarbij het winststreven wordt ingedijkt, of zelfs ondergeschikt wordt gemaakt aan werkzekerheid, duurzaamheid en reële behoeften.
  5. Met een vijfde en laatste reeks ideeën verzetten zij zich het meest expliciet tegen de politiek van de transnationale kapitalistische klasse. Daar waar die laatste zoveel mogelijk dingen tot koopwaar wil maken, markten wil vrijmaken en overheidsvoorzieningen wil afbouwen, daar stelt de mondiale beweging – in lijn met voorgaande ideeën – dat niet alles tot koopwaar mag worden gemaakt. Vooral niet wat ons nog rest aan natuur, ons eigen lichaam, wetenschap, onderwijs, de zorg voor ouderen en zieken, veiligheid, enz. Dat zijn in hun ogen gemeenschappelijk bezit en rechten van alle mensen, of dat zijn sectoren waar wereld- wijd net heel veel werk kan worden gecreëerd. Daarop inzetten houdt ook in dat zij kiezen voor meer sociale verbanden dan voor wereldwijd nog meer materiële goederen. Want dat vereist volgens hen een productie en consumptie die ecologisch destructief is, waarbij de opbrengst bovendien disproportioneel naar de kapitalistische klasse vloeit, en waarvan de norm behalve planetair ondraaglijk ook psychologisch en qua fysieke gezondheid nefast is.’ (JWW, p.238-239)

Deze uitstap bereikte z’n doel pas goed toen die zeer algemene visie zich ook wat meer concreet liet voorstellen en het meer doelgerichte reflexieve bevragen en bediscussiëren van relevante waarden en “alternatieven” echt een aanvang nam. Een voorbeeldje:

Hoewel we uiteraard ook een bezoekje aan Migratie brachten, was het vooral de informatie van het Financieel Actie Netwerk die bij Rob en de anderen de verontwaardiging deed oplaaien. Het was daar dat de leerlingen van de eerste reeks vragen van hun traject naar de tweede reeks zouden overgaan – van de kritiek van de vluchtelingenproblematiek naar de politieke bevraging van de wereld –, zoals ik in mijn voorbereiding gehoopt en zelfs enigszins voorspeld had. In zijn brochure maakte het FAN immers concreet wat de leerlingen in de laatste les enkel in het algemeen van me hadden meegekregen. Om hun reactie te verklaren – of terug te laten zien hoe het traject verder werkte aan enkele vakoverschrijdende eindtermen (vnl. 6.1.) – neem ik daaruit het volgende over:

Mark Saey | Civiclab

“Anderhalf miljoen Belgen (één op zeven!) leeft op of onder de rand van de armoede (822 euro per maand).

Daarentegen vertegenwoor-digen de financiële vermogens 300% van het Belgische BBP. Dat is ongeveer 300.000 miljard oude frank! Dat is de grootste verhouding per hoofd van de bevolking in Europa. Bovendien zijn de inkomsten daarvan nauwelijks belast. Dat verklaart de duizenden vermogende Franse en Nederlandse fiscale immigranten, die in België op zoek zijn naar allerlei fiscale privilegies: het bankgeheim, meerwaarde op Beurseffecten wordt hier zo goed als niet belast, er is geen vermogensbelasting en geen billijke belasting. In België gebeurt die hoofdzakelijk via de belasting op arbeid en op consumptiegoederen (btw). De personenbelasting weegt zwaar op kleine en middelgrote inkomens. Er bestaat hier een flagrante onevenwichtigheid tussen de belastingen uit arbeid en die op financiële inkomsten […] Belastingen zijn onmisbaar […] Ze maken het mogelijk de rijkdom over de hele samenleving te her- verdelen. […] De meest mobiele inkomens, deze uit kapitaalbezit dus, kunnen steeds beter – legaal en illegaal – aan de belastingen ontsnappen. In twintig jaar tijd zijn over de hele wereld de fiscale paradijzen, vluchtheuvels voor fraude en zwart geld, van een dertigtal toegenomen tot 72.”

“Hoe kan dat nu?! Tussen al die ellende zitten die zich gewoon te verrijken of wat?!” Dat was het moment waarop Rob in het bijzijn van de anderen zijn verontwaardiging uitte over wat ik had voorgelezen. Van de weeromstuit wou hij nogmaals van me horen wat de verschillen zijn tussen links en rechts, tussen socialisme en liberalisme, en hoe die zich verhouden tot de politieke partijen vandaag. Een opvallende kentering. Want hoewel Rob zich voorheen uitdrukkelijk niet interesseerde voor “den politiek”, vond hij nu wel dat mensen “toch een idee moeten hebben van hoe ‘dien boel’ eerlijk te organiseren”. Hij drukte het wel vaker, laat ons zeggen, nogal cassant uit, maar hij kon wel vol moed en overgave het voortouw nemen. Terwijl ik onder zijn vragenvuur het een en ander nog eens trachtte te verduidelijken – zoals “rechts staat voor het aanvaarden van grote ongelijkheid, daar waar we degenen die het voor de zwakken opnemen links noemen” –, kwamen nu ook de anderen tussen (…)’ (JWW, p.236-237)

In het derde deel van deze fase zouden we met het onderdeel mensenrechten eveneens van het algemene naar het meer concrete – in feite van het mondiale naar het nationale – gaan. Maar vooraleer we daarmee aanvingen, volgden eerst de lessen over WBE waarmee de leerlingen, tijdens de infoavond voor ouders, jury en sympathisanten, hun leertraject evalueerden. De essentie van die lessen kwam neer op een leren toepassen van de educatieve criteria van de organisatie Kleur Bekennen, die in België al een berg verzette voor WBE. Daarmee zagen de leerlingen nog beter waartoe dit LWZ hen moest leiden.

De criteria van Kleur Bekennen

Definitie wereldburger

Cultureel: een wereldburger zoekt naar verbondenheid in verscheidenheid, naar wat ons verbindt op cultureel en religieus vlak. Pas als we weten wie we zelf zijn, welke waarden wij hebben mee- gekregen en de diversiteit binnen onze eigen gemeenschap erkennen, kunnen we de dialoog met de anderen aangaan.

Ethisch: een wereldburger is ervan overtuigd dat iedereen deel uit maakt van een en dezelfde wereld. Hij heeft aandacht voor en kennis over de nationale en internationale context waarin gebeurtenissen plaatsvinden. Zo kan hij gebeurtenissen die zijn leven beïnvloeden vanuit een breder perspectief bekijken en begrijpen. Een wereldburger koestert verscheidenheid en toont een echt engagement en solidariteit tegenover andere mensen. Hij weet dat zijn gedrag gevolgen kan hebben voor het milieu, de dieren en de mensen op aarde. Wereldburgers beseffen dat ze verantwoordelijk zijn voor de toekomst van iedereen en samen gemeenschappelijke problemen moeten oplossen.

Politiek: een wereldburger streeft naar een werelddemocratie. Door participatie op lokaal en mondiaal niveau, door alle krachten en bezorgdheid van onderuit te bundelen, kan hij de wereld mee organiseren en verbeteren.

Leerdoelen

  • Kritisch nadenken over de verhoudingen tussen Noord en Zuid en over de eigen en andere culturen.
  • Structurele problemen kunnen zien in een mondiale samenleving
  • Samenwerken met anderen en je verantwoordelijkheid opnemen 
in de maatschappij.
  • Diversiteit begrijpen, waarderen en vanzelfsprekend vinden.
  • Bereid zijn om conflicten op een geweldloze manier op te lossen.
  • Hun levensstijl en consumptiegewoonten aanpassen om het leef- 
milieu en de toekomstige generaties te beschermen.
  • Mensenrechten verdedigen.
  • Kunnen participeren in het beleid op schoolniveau, lokaal en 
internationaal niveau.

       Educatieve principes

  • Procesmatig werken (twee betekenissen: de werking verankeren in het schoolbeleid, en de tocht hoger aanslaan dan het resultaat).
  • Actief participeren (van de leerlingen).
  • Ervaringsgericht leren.
  • Geïntegreerde aanpak (vakoverschrijdend werken, benadering vanuit verschillende mogelijke thema’s en invalshoeken, actief op zoek gaan naar linken met andere thema’s).
  • Partners in en om de school betrekken.
  • Evalueren en bijsturen (inclusief zelfevaluatie).
Mark Saey | Civiclab

Tijdens de infoavond gaven de leerlingen hun ouders een overzicht van wat zij tot nu in het WELT traject deden en gaven de verschillende “externe juryleden” (School Zonder Racisme, vzwde8, Kiekeboe, de uitgever, vzw El Ele, Intercultureel Netwerk Gent) hun idee van de prestaties van de leerlingen. Ook het volgende, meest indringende deel van het traject werd aangekondigd: de terreininterviews met mensen zonder papieren en vluchtelingen. We besloten de avond met een stukje uit een dagboek van een van de leden van de Diaries.

StumbleUponPrintFriendly