Mark Saey | Civiclab

Fase 1. Probleem

Het opwekken van betrokkenheid bij het onderwerp gebeurde tijdens een les LVB, waarin we een tekstje van een dokter lazen over een praktijkbezoek aan een organisatie die werkt met mensen zonder wettig verblijf én tijdens een wat gewaagd (niet in het schema voorzien) bezoek met enkele leerlingen en de filmploeg aan een hongerstaking van mensen zonder papieren in Brussel. Daar zouden we ook een eerste test met interviews doen voor de geplande expo later op het jaar.

Ergens in een stad (het tekstje van de dokter)

Deze week was ik op praktijkbezoek bij een organisatie die werkt met illegalen. Ik sprak met de coördinator die daar nu al twintig jaar werkt: de situatie voor de illegalen in de stad is catastrofaal. Zij zegt dat de toestand een ware schande is. Vooral de verhalen rond illegaliteit, de vergeten mensen die zogezegd niet bestaan en doodgezwegen worden. De organisatie werkt met illegalen, geeft hen voedselpakketten, gaat aan huis, probeert praktische problemen op te lossen… maar voelt zich vooral machteloos. De stad sluit systematisch de kraakpanden waar deze mensen zich noodgedwongen moeten terugtrekken. Kranen met drinkbaar water worden afgesloten, gezinnen leven met kinderen in de meest erbarmelijke omstandigheden. Vooral de Roma. De organisatie heeft zich afgescheiden van de lokale integratiecentra om nog meer laagdrempelig te werken, waardoor ze werkelijk de grootste miserie tegenkwam. De verhalen van die hulpverleners grenzen aan het onwerkelijke. Niemand wil hen helpen, zelfs ziekenhuizen niet (mensen met een hartoperatie moeten na twee dagen naar huis en liggen op de grond in een kraakpand). Zij worden bijvoorbeeld geconfronteerd met vragen als: wat doen we met het lijk? Mensen gaan dood, maar kunnen niet begraven worden… Voor hun organisatie kunnen ze moeilijk subsidies verkrijgen want niemand wil zich verbranden aan het helpen van illegalen, alleen via de ingang armoede kan er soms nog iets. Ik vind dat ze een zeer gezonde, klare visie hebben, de moeite… Ik zei hen dat ze dat allemaal eens moesten opschrijven. Stof voor boeken, zeiden ze zelf…’ (JWW, p.172)

De bij dit onderdeel vermelde VOET (nummers) zijn gekozen om voor de hand liggende redenen:

– Stam 4. Empathie: een dergelijke confrontatie met een verhaal – zeker wanneer zo direct als bij de hongerstaking – wekt spontaan het inlevingsvermogen, dat door gespreksvormen eventueel kan worden aangescherpt wanneer alsnog nodig. Geen leerling zou daarbij onverschillig mogen blijven.

– Mentale gezondheid 2. Gaan gepast om met vreugde, verdriet, angst, boosheid, verlies en rouw: dezelfde confrontaties hadden ook de bedoeling om de leerlingen te toetsen op en te helpen bij de wijze waarop ze reageerden. Die diende verdere exploratie van het probleem niet te verhinderen.

– Mentale gezondheid 3. Erkennen probleemsituaties en vragen, accepteren en bieden hulp: de leerlingen dienden bij deze confrontaties de situatie als een duidelijk probleem te kunnen herkennen en daarop spontaan vragen stellen, gericht op mogelijke hulp verlenen.

Op dezelfde wijze leest men alle andere in het schema vermelde centrale VOET (we konden er nog makkelijk meerdere opsommen). Hetzelfde geldt mocht men de nummers uit andere matrixen nemen. Dat impliceert niet dat deze matrixen onbelangrijk zijn, wel dat men deze leest of inzet als hulp voor overzicht en volledigheid.

Doe-luik

Ondertussen verdeelde de klasgroep zich ook in vijf werkgroepjes die alle tijdens het grootste deel van het LWZ verschillende taken zouden opnemen:

De Liaisons zouden de contacten met onze partners (helpende organisaties) en jury verzorgen en diende de filmploeg bij te staan. De Awards zouden op zoek gaan naar schoolwedstrijden en andere mogelijkheden om de onderneming kenbaar te maken. De Artists zouden de creatieve omlijsting en kunstwerken op zich nemen. De Benefits zouden dingen organiseren om wat geld in het laadje te brengen voor uitstappen en hulp aan vluchtelingen die ons met interviews wilden helpen. De Diaries zouden elk een dagboek bijhouden waarin ze hun ervaringen en bedenkingen bij het LWZ (vandaag dus: WELT project) neerschreven – wat toestond om de evolutie in waardensysteem en attitudes na te gaan. Deze vier leerlingen zouden binnen het wetenschappelijke opzet dan ook de testgroep vormen, en fungeerden op enkele momenten ook als woordvoerders. Door de (volgens de klassenraad voorheen qua gedrag moeilijke) klas zo te organiseren bekwamen we een vrij goed functionerende groep.

‘Op die manier zette de groep het nastreven van een pak vakoverschrijdende eindtermen van de Stam op de rails van het doe-luik. Om toch een beetje precies te zijn: Communicatief vermogen, Creativiteit, Esthetische bekwaamheid, Exploreren, Flexibiliteit, Initiatief, Open en constructieve houding, Verantwoordelijkheid, Zorgzaamheid.’ (JWW, 176)

Oordeel

Samenvatting van het oordeel over de eerste fase:

‘Het onderwerp dat de wereld binnen beeld moest brengen had de leerlingen weten te raken en dat hielp om hen te motiveren voor een hoopvolle onderneming waarover ze zelf zouden meebeslissen. Meer moest dat voorlopig niet zijn. Hun betrokkenheid was gewekt.’ (JWW, idem.)

StumbleUponPrintFriendly