Mark Saey | Civiclab

3.4. Denkwegen

Die oriëntatie werd vervolgens geconfronteerd of getest door de leerlingen 5 alternatieve modellen voor een asiel- en migratiebeleid voor te leggen. De hier weergegeven stukken zijn bewerkingen van de modellen die onze expert Sam Mampaey heeft opgesteld. Zij hebben het grote nut van iedereen te laten zien dat er voor de bestaande migratiepolitiek verschillende alternatieven bestaan, waaraan de leerlingen in de voorlaatste fase van het LWZ de politieke ideeën van lokale politici zouden aftoetsen. We nemen ze over uit Jongeren worden wereldburgers, p.277-283

  1. Het nultolerantie beleid


Niet iedereen mag binnen. En iedereen die hier toch is, terwijl hij hier niet mag zijn, sturen we direct terug. Aan de hand van strikte maar duidelijkere criteria dan de huidige bepalen we wie écht gevaar liep; regularisaties zijn uitgesloten. Zij die echt gevaar liepen, en zij die we goed kunnen gebruiken op de arbeidsmarkt, laten we binnen en geven we (eventueel beperkte) sociale rechten.

Voordelen. Voor het beleid biedt dit model het voordeel duidelijk te zijn, en e ect te hebben bij verschillende groepen. Toekomstige migranten, die van ons strenge beleid horen, zullen afgeschrikt worden, en de publieke opinie krijgt het duidelijke signaal dat papierlozen echt worden aangepakt. Voor de werknemers is er het voordeel dat een grote groep mensen, die voorheen in het zwart werkte, nu verdwijnt, wat hen meer arbeidsmogelijkheden biedt. Voor de maatschappij is er het voordeel bevrijd te worden van een schimmige groep illegalen die criminele circuits organiseren en een bedreiging vormen.

Nadelen. Voor werkgevers is het verdwijnen van papierlozen een ernstig nadeel. Zeker sommige arbeidsintensieve sectoren zullen het moeilijker krijgen, wat ook voor de job van legale werknemers een probleem kan worden. Voor de maatschappij zijn er ook nadelen. Ten eerste zal een consequent uitwijsbeleid (de bouw van meer gesloten centra, het opdrijven van controle en deportatie) de belastingbetaler veel meer geld kosten dan nu het geval is. Ten tweede zullen de toenemende controles, razzia’s en politieacties de verzuring, de angst en de argwaan in de samenleving aanwakkeren. Voor de mensen zonder we ig verblijf zelf, en hun families in de thuislanden, zijn er enkel nadelen: geen mogelijkheid om hier een bestaan op te bouwen, geen mogelijkheid om geld naar het land van oorsprong te sturen. Dit model veronderstelt ook dat de thuislanden gemakkelijker zullen overgaan tot terugnameakkoorden, wat de druk van opvang verplaatst naar landen die het al moeilijk hebben.

  1. Het (informeel) gedoogbeleid


Niet iedereen mag binnen, enkel wie persoonlijk vervolgd werd en wie écht gevaar liep (en misschien ook wie we goed kunnen gebruiken) laten we toe. En als we iemand tegenkomen die hier toch is, terwijl hij hier niet mag zijn, sturen we hem direct terug. Diegenen die hier onwettig verblijven zonder dat we hen tegenkomen, geven we zo weinig mogelijk rechten. Dit is ongeveer het model dat het huidige beleid karakteriseert.

Voordelen. Dit model biedt het beleid heel wat voordelen. Naar de publieke opinie toe wordt verkondigd dat papierlozen worden uitgewezen (wat de indruk wekt dat er wat aan gedaan wordt, wat kiezers van extreemrechts afsnoept). In het buitenland krijgt men de indruk dat hier overleven niet eenvoudig is. Naar de mensen zonder wettig verblijf toe creëert het beleid voldoende angst om in stilte en in het verborgene de vaak zware omstandigheden van een rechteloos bestaan te verdragen. In de praktijk wordt het uitwijsbeleid evenwel minimaal ingevuld (maar dat moet niet gezegd of beklemtoond worden), wat een pak scheelt in de staatsuitgaven. Er zijn weliswaar veel te weinig gesloten centra, maar ze vervullen wel een signaalfunctie. Voor werkgevers biedt het informeel gedogen het voordeel te kunnen blijven beschikken over een leger goedkope en onmondige papierlozen, waardoor ze ook de lonen van de legale werkers kunnen blijven drukken. Voor de maatschappij biedt het model het voordeel te kunnen snoepen van de voordelen van papierlozen (goedkope producten en diensten), zonder te moeten investeren in de nadelen (welzijn, gezondheid, huisvesting, enz.). Voor de mensen zonder wettig verblijf biedt het model het voordeel dat hier overleven toch mogelijk blij , en dat ze op voorwaarde dat ze zich koest houden en de politie niet voor de voeten lopen, ook geld kunnen verdienen en op die manier ook de familie thuis kunnen ondersteunen.

Nadelen. Voor werknemers is er het nadeel van een sterke zwarte sec- tor die hun lonen en arbeidsvoorwaarden drukt. De zwartwerkers betalen ook geen sociale bijdragen, die bij nijpende tekorten (vergrijzing) uiteraard wel welkom zouden zijn. Voor de maatschappij betekent het ook een grote groep die hier verblijven werkt zonder belastingen te betalen. Het oneerlijke discours van het beleid (een consequent uitwijsbeleid veinzen en een gedoogbeleid voeren) laat ook niet toe dat er een open en grondig debat komt over de problematiek. Voor de mensen zonder wettig verblijf wordt het leven vooral overleven met een voortdurende schending van hun mensenrechten – wat ook tot gezichtsverlies leidt voor een land dat internationaal graag met die mensenrechten schermt.

  1. Het reformismebeleid


Niet iedereen mag binnen, enkel wie gevaar liep of wie we kunnen gebruiken laten we toe. Maar het merendeel van de mensen die hier toch zijn terwijl ze hier niet mogen zijn, laten we met rust. En we garanderen hen een reeks basisrechten, ruimer dan vandaag het geval is. Zolang de mensen niet worden uitgewezen, blijft het beleid de verantwoordelijkheid dragen om hen, naast de nu reeds bestaande rechten op onderwijs voor minderjarigen en dringende medische hulp, ook rechten te geven die hun tijdelijke noodsituatie oplossen maar die hen niet helpen om hier permanent te verblijven. Dus geen recht op inkomen of op sociale huisvesting, maar wel bescherming van het recht op onderwijs voor volwassenen, mogelijkheden om op de privémarkt huurrechten af te dwingen, bescherming van arbeidsvoorwaarden bij zwart werk, bescherming tegen huisjesmelkerij en mensenhandel, het recht op oriëntering naar een zinvol toekomstperspectief dat verder gaat dan begeleide terugkeer, enz.

Voordelen. Voor het beleid biedt een uitbreiding van rechten voor papierlozen het voordeel dat de groep beter gekend wordt en niet langer een onberekenbare factor is. Voor de samenleving houdt dat in dat een grote groep uit de marginaliteit wordt gelicht, waardoor de potentiële bedreiging van een achtergestelde groep afneemt. Voor de mensen zonder wettig verblijf zelf worden de vermelde sociale rechten – net als degene die dat nu al zijn – afdwingbaar, wat hun leven hier tot meer kan maken dan enkel overleven.

Nadelen. Voor het beleid is er het nadeel dat een te grote bekendheid van de minder strenge politiek aanleiding kan geven tot een aanzuigeffect, en dat mensen zonder wettig verblijf nog minder geneigd zullen zijn om te vertrekken. Voor de maatschappij komt er een meerkost bij om in te kunnen staan voor de toegenomen rechten. Voor de mensen zonder wettig verblijf zelf blijven de rechten tot een minimum beperkt. Hiermee aanvaarden we dat er een groep mensen in onze samenleving leeft en werkt die enkel beschikt over basisrechten, in een tweederangs burgerschap leeft én dat dit ook wettelijk omkaderd is.

  1. Het liberale model


Iedereen mag binnen, maar niet iedereen krijgt dezelfde rechten, wel dezelfde kansen. De individuele keuze om zich hier te komen vestigen of om terug te keren mag niet worden beperkt door de staat, mensen zijn vrij en moeten gelijke kansen krijgen, onafhankelijk van waar ze geboren zijn. Het is dan aan de mensen om die kansen ook te grijpen. De toestroom van vluchtelingen bij een beleid met open grenzen beheren we dan door hen gelijke kansen te geven maar geen gelijke rechten. Omdat dit liberale model zo anders is dan wat gangbaar is, moet hier iets meer uitleg bij.

Vluchtelingen die onder de Conventie van Genève of onder het subsidiair beschermingsstatuut vallen, kunnen we nog steeds eerst recht geven op materiële opvang, en bij een positief antwoord op hun aanvraag ook recht op arbeid of integratie (leefloon, OCMW begeleiding). Zij kunnen ook sociale rechten krijgen (sociale huisvesting, vervangingsinkomen, enz.). Mensen die niet tot deze groep behoren krijgen na registratie in België eerst verblijfsrecht en mogen dan hun kansen wagen op de arbeidsmarkt. Dat kost ons immers niks. Maar wanneer ze geen job vinden, hebben ze wel geen recht op een vervangingsinkomen of een leefloon, en komt het henzelf toe te beslissen of ze blijven of niet. Vinden ze wel een job, dan betalen ze vanaf dan ook mee aan de sociale zekerheid en plukken ze er (eventueel in gradaties) ook de vruchten van: werkloosheidsuitkering, ziekteverzekering, pensioen. Ze betalen dan ook belastingen. Andere sociale rechten, zoals sociale huisvesting, kunnen eventueel gekoppeld worden aan de duur van het verblijf in België. Op die manier geven we dus enkel rechten wanneer mensen bewijzen tot onze samenleving bij te dragen. Laten we ook hier even de voor- en nadelen bekijken.

Voordelen. Voor de werkgevers betekent een beleid van open grenzen een extra pool aan arbeidskrachten, waarmee de lonen van de arbeiders sterk gedrukt kunnen worden. Voor de werknemers kunnen extra arbeidskrachten ook extra inkomsten voor de sociale zekerheid – werk- loosheidsuitkeringen, pensioenen, ziekteverzekering – betekenen. Voor de maatschappij betekenen meer werkende mensen ook meer belastinginkomsten en dus mogelijkheden voor de staatsbegroting. Het open zetten van de grenzen brengt ook een aanzienlijke vermindering van uitgaven met zich mee aangezien gesloten centra en repatriëringen vervallen. De mensen zonder wettig verblijf worden verlost van de permanente angst om opgepakt en teruggestuurd te worden. Sluipwegen om naar hier te komen, mensenhandel, het oneigenlijk gebruik van de asielprocedure, huwen voor papieren, ook dat valt allemaal weg. Geen dode bootvluchtelingen, geen verstikkingen in containers meer.

Nadelen. Voor het beleid kan het ernstige problemen met maatschappelijke beheersbaarheid betekenen. Kosten voor sociale inspectie kunnen de pan uitrijzen om een grote toename aan zwart werk en een groeiende klasse van working poor tegen te gaan. Voor de thuislanden kunnen open grenzen in de rijke landen een echte braindrain betekenen (massaal vertrek van hoger opgeleide mensen), en tegelijk ook minder druk om bestaande wantoestanden op eigen bodem aan te pakken. Voor de werknemers betekent veel meer extra arbeiders aan de andere kant van de medaille ook verdringing op de arbeidsmarkt en daling van de lonen. Sommigen zullen slagen, anderen zullen mislukken maar niet meteen weer vertrekken of vaak zelfs blijven in de hoop ooit wel te zullen slagen. Voor de maatschappij betekent dit nog steeds dat een grote groep arme want rechteloze ‘vreemdelingen’ heel wat samenlevingsproblemen kunnen veroorzaken. In de praktijk riskeren we permanent met een duale samenleving te zullen moeten leven.

  1. Het sociale model


Iedereen mag binnen, iedereen krijgt (eventueel gaandeweg) dezelfde rechten. Ook dit model verschilt behoorlijk van wat gangbaar is, vandaar ook hier wat meer uitleg. Mensenrechten koppelt men niet aan verblijf, maar aan het ‘mens zijn’. Zij zijn universeel en onvervreemdbaar. De argumenten van ‘algemeen belang’ die de mensenrechten van (‘legale/ illegale’) vluchtelingen of migranten inperken, zijn betwistbaar en vertekend door een nationalistisch eigenbelang. Het ‘algemeen belang’ moet het algemeen belang van de mensheid zijn. Met de voortdurende polarisering in de wereld, de wereldwijde afbouw van de rechten van de werkende klassen en de ecologische vernietiging van de planeet moeten we enerzijds het beleid eindelijk aanpassen aan de veranderde realiteit van vluchten/migratie: recht op verblijf, arbeid en sociale voorzieningen voor alle vluchtelingen en migranten. In dit model gaan we er immers vanuit dat vrijwel niemand zijn vertrouwde omgeving voor altijd wil verlaten om elders een bestaan op te bouwen zonder daar een goede reden voor te hebben. Bijgevolg moeten we er tegelijk voor zorgen dat er meer gelijkheid komt, zowel hier als wereldwijd, om de lasten collectief maar rechtvaardig verdeeld te kunnen dragen en de toename van vluchtelingenstromen in te dijken. Dat betekent dat we de welvaart en de rijkdom grondig moeten herverdelen (kwijtschelding van de schulden van arme landen, verhoging van de ontwikkelingshulp, afschaffing van de fiscale paradijzen, belastingen op vermogens en taxatie op grote financiële transacties) en dat we moeten opkomen voor een democratisch sociaal systeem (met eerlijke of rechtvaardige handelsverhoudingen, voedsel- productie voor interne markten, bescherming van gemeenschappelijke bezittingen tegen de politiek van privatisering en liberalisering, controle op waardig werk en waardig loon, verzekering van menswaardige sociale voorzieningen wereldwijd).

Voordelen. Net als bij het vorige model betekenen extra legaal werkende mensen extra inkomsten voor de sociale zekerheid van arbeiders en bedienden alsook voor de staatshuishouding. Kosten voor gesloten centra en repatriëringen vervallen eveneens. Voor vele migranten kan het in de ‘landen van de mensenrechten’ eindelijk een menswaardig leven betekenen, alsook meer geld voor familieleden in de thuislanden. Ook hier worden de deportaties stopgezet en hoe niemand nog het leven te laten in containers of vluchtelingenbootjes. Maar in dit model geraakt de maatschappij zonder deportaties ook verlost van een schimmige groep tweederangsburgers en hoe het beleid geen gezichtsverlies meer te leiden op het internationale toneel: de armen en de werkende klassen van de wereldsamenleving ontvangen de boodschap dat men ook in de rijke landen werk wil maken van een democratisch wereld- systeem.

Nadelen. Dit model kan in principe voor iedereen voordeel inhouden – behalve voor wie privileges en ongelijkheid voorstaat –, maar vereist in vergelijking met de andere modellen veel meer verandering, en dat op verschillende fronten tegelijk. Willen we, na de regularisaties en het stopzetten van deportaties, alle voorziene rechten kunnen garanderen, dan zullen we in dit model een overheid nodig hebben die veel meer zal moeten kunnen interveniëren op financieel en economisch vlak. Willen we vervolgens ook niet iedereen naar hier ‘aanzuigen’, dan moeten we enerzijds internationaal tot een meer gelijkvormig opvangbeleid komen met een doordachte verdeling van de lasten, en anderzijds er ook voor zorgen dat in de arme landen de mensenrechten meer afdwingbaar worden. Dit vereist met andere woorden niks minder dan het bewerkstelligen van een mondiale democratie, met regeringen, partijen, verenigingen en burgers die op alle schalen (lokaal, regionaal, globaal) opkomen voor mondiale rechtvaardigheid – wat vandaag duidelijk nog niet het geval is.

Het spreekt voor zich dat deze modellen slechts denkpistes aangeven. Zij zijn voor variatie vatbaar en ieder model zal bij een omzetting naar de praktijk ook sterk genuanceerd moeten worden. Maar met deze modellen bekomt men tenminste alternatieve denkwegen die het maatschappelijke debat uit het populistische vaarwater kunnen halen, en die aankomende burgers kunnen helpen bij het maken van een kritische politieke keuze.

StumbleUponPrintFriendly