Mark Saey | Civiclab

1. Onderwerp

Stap 1. Kies met je team en leerlingen (de leerkrachten en leerlingen van een klas of een jaargroep in het secundair onderwijs) een geschikt onderwerp om rond wereldburgerzin te werken.

1.1. Wereldburgerzin

1.1.1. Twee omschrijvingen van (wereld) burgerzin:

“Burgerzin is open staan voor het politieke, economische, sociale en culturele leven van de samenleving waarvan men deel uitmaakt en bereid zijn om eraan deel te nemen. Burgerzin veronderstelt derhalve inzicht in de vier genoemde aspecten evenals in de elementaire regels die aan de basis liggen van onze rechtsorde en van ons democratisch bestel. […] Opvoeden tot burgerzin heeft tot doel jongeren te vormen tot kritische burgers, die bereid en bekwaam zijn tot constructief denken en handelen in de democratische rechtsstaat, zoals die vandaag functioneert binnen de internationale gemeenschap.” (www.ond.vlaanderen.be)

‘ (…) gemene deler (is) het vormen van burgers die op het lokale tot het mondiale niveau kritischer en actiever deelnemen aan het politieke leven. Burgers die begrijpen dat wat zich lokaal afspeelt steeds vaker ook een mondiale dimensie heeft, en die zich met meer kennis en plichtsbewustzijn zullen inzetten voor de gedeelde toekomst van al hun gelijken, dat wil zeggen: voor de erkenning van alle mensen als burgers van een doorheen alle culturen en nationale samenlevingen gedeelde gemeenschap.’ (JWW, p.61)

1.1.2. Werkdefinitie

Wereldburgerzin is niet hetzelfde als wereldburgerschap. Er bestaat geen wereldstaat noch wereldregering waarvan men letterlijk een burger kan zijn, en het is nog maar de vraag of dat wenselijk zou zijn.

Wel dient een kritisch burger te begrijpen dat alle mensen vandaag deel uitmaken van een ongelijk ontwikkelende mondiale gemeenschap (een wereld-systeem) en beseffen dat daardoor rechtvaardigheid ook een mondiale kwestie is. Dat is de korte werkdefinitie die we hier hanteren.

Leven met dat inzicht en besef betekent dat je op ieder (bestuurlijk) niveau, van het lokale tot internationale, rekening houdt met de mondiale context en de democratische rechten – de universele mensenrechten – van iedereen.

1.1.3. Integraal voor alle matrixen WBE

Wereldburgerzin is de integraal voor alle matrixen burgerschap op school: alle voor het stimuleren van burgerzin nodige items worden daardoor doelgericht verbonden – het team weet meteen wat de onderliggende bedoeling is van de soms enorme complexiteit van de gehanteerde matrixen.

1.2. Geschikt onderwerp

Zoek eerst naar een geschikt onderwerp voor het ontwikkelen van wereldburgerzin. Met welke onderwerpen kunnen we de eenheid en ongelijke ontwikkeling van de wereld in beeld brengen? 

‘Het maatschappelijke onderwerp moet, naast het kunnen opwekken en vasthouden van de betrokkenheid van de leerlingen, ook inhoudelijk rijk genoeg zijn om (een verklaring van) de wereld in al zijn dimensies (sociaal, politiek, cultureel, historisch, juridisch, economisch, ecologisch) in beeld te brengen.’ (JWW, p.123)

Uiteraard zijn vele onderwerpen daarvoor geschikt.  Maar de selectie wordt geholpen met twee criteria:

a) kies een onderwerp dat zich ook gemakkelijk laat koppelen aan een concreet probleem in de buurt, zodat je kan werken aan een praktische gebruikscontext voor het leren

b) hanteer bij je keuze ook de  de voornaamste politieke breuklijnen[1] zodat je leerproces maximale relevantie voor het kritische burgerschap zal hebben:

  • open-gesloten samenleving (diversiteit, vluchtelingen, populisme … ; (crisis van) de democratie …)
  • arbeid-kapitaal (ongelijkheid, armoede, … ; (crisis van) de sociale zekerheid …)
  • groene economie-rechtvaardige transitie (broeikaseffect, uitputting van grondstoffen ; (crisis van) het kapitalisme).

Idealiter worden al deze breuklijnen behandeld tijdens op z’n minst de laatste vier jaren van het secundair onderwijs, zodat de verschillende dimensies, politieke schaalniveaus en maatschappelijke tegenstellingen voldoende aan bod zullen komen met deze thematische aanpak.[2]

Bij de eerste stap stelt men zich dus niét de vraag “Welke items uit deze of gene matrix zullen we selecteren?”. De items die slaan op de vaardigheden en attituden uit de bestaande matrixen, krijgen immers quasi automatisch een plaats in de methode die WELT hanteert voor het indelen van de betrokken vakken en hun eventuele eindtermen (een moreel stappenplan). En de kennisinhouden uit de matrixen zullen worden gedekt dankzij een goede keuze van onderwerp en degelijke analyse van het probleem in al z’n dimensies, waarbij van het lokale over het regio/nationale naar het mondiale en weer terug wordt gegaan.

Leerlijn

Voor een leerlijn over de graden raden we volgend (naar cognitieve/morele ontwikkeling bedachte) patroon aan:

  • 1ste graad: problemen/onderwerpen rond de 2de breuklijn
  • 2de graad: problemen/onderwerpen rond de 1ste breuklijn
  • 3de graad: problemen/onderwerpen rond de 3de breuklijn

De 3de breuklijn voor de 3de graad mag in Vlaanderen misschien wat verrassend zijn. Veel van wat ecologische onderwerpen zijn, worden vaak in de 1ste graad behandeld, met als argumenten dat die toch “eenvoudiger zijn” of “beter aansluiten bij hun leefwereld” of “kunnen worden gekoppeld aan mogelijke oplossingen (zoals recycleren, zuiniger zijn thuis, groentetuintjes beginnen, …) die zij zich goed kunnen voorstellen”. Maar daarmee reduceert men de problematiek teveel tot een individuele verantwoordelijkheid van consumenten, daar waar de ecologische ramp veeleer een kwestie van politieke economie is en niet zelden complexer en meer abstractievermogen vereist dan de problemen op de andere breuklijnen. Deze op de 1ste breuklijn betreffen grotendeels kwesties van de democratie en instituties die de tolerantie in en van de staat uitmaken. En de problemen van de tweede breuklijn zijn de voor jongeren van 12 tot 14 meest concreet voorstelbare. Daarmee is een leidraad gegeven die zich laat aansluiten op inzichten in de morele en cognitieve ontwikkeling en ook parallel loopt met de leerplanopbouw in diverse vakken.

Maar dogma’s voor leerlijnen WELT zijn er niet en overlapping moet niet 100% worden uitgesloten. Scholen kunnen en zullen hopelijk ook die problemen of onderwerpen kiezen waarmee zij zelf het meest geconfronteerd worden of waarvan hun leerlingen te weinig kennis hebben.

In het tweede deel van deze handleiding kiezen we ter illustratie het onderwerp mensen zonder papieren en vluchtelingen.

1.3. Beschrijving van het onderwerp en de algemeen “glokale” aanpak

  1. Maak binnen het team een handige beschrijving van het onderwerp, waarin de   verschillende dimensies (politieke, economie, …) herkenbaar zijn – een samenvatting van enige literatuur, op niet meer dan één of enkele pagina’s.
  2. Maak ook een begin van de didactische leerlijn, door kort weer te geven hoe je de leerlingen stapsgewijs van het lokale probleem naar het mondiale inzicht en weer terug naar de directe omgeving zal brengen – eveneens op één of slechts enkele pagina’s.

Deze twee aspecten zijn bedoeld om in het team voldoende duidelijkheid te brengen over:

a) precies waarrond zal worden gewerkt

b) hoe bij de leerlingen met dit onderwerp stapsgewijs wereldburgerzin kan worden bijgebracht.

Zij garanderen m.a.w. de doelgerichtheid van het LWZ.

In het tweede deel van deze handleiding geven we een uitgewerkt voorbeeld van beide bouwstenen. We geven eerst, in dit eerste deel, de volgende stappen weer.

[1] Voor deze drie breuklijnen, zie het boek Corijn E. en Saey P. (red.) (2014): Wereldvreemd in Vlaanderen, Berchem: EPO, zie ook hier.

[2] Een thematische aanpak heeft het voordeel leerlingen meer te motiveren en hun aandacht gemakkelijker te bewaren. Maar vergeleken met de meer theoretisch disciplinaire benadering via het klassieke curriculum, loopt zij wel het risico te weinig theoretische kennis mee te geven. Dat is precies waarom we het WELT project beperken tot een 10% laag die het curriculum wil ondersteunen door er een gebruikscontext voor te bouwen: zijn relevantie beter over te dragen in tijden van politiek cynisme en extremisme. Het is bijgevolg niet bedoeld om het curriculum te vervangen of de methode voor alle lessen te worden. Het WELT project – de meest algemene gebruikscontext voor het curriculum – wil tegelijk het platform bieden waar school en samenleving elkaar ontmoeten én de buffer zijn tegen sociaal pragmatisme. Om zo de samenleving aan de verlichtingsidealen van het onderwijs te herinneren én het onderwijs beter vast te zetten op zijn emancipatorische fundamenten.

StumbleUponPrintFriendly