Mark Saey | Civiclab

Voorbereiding van het onderwerp

Samen met collega’s en leerlingen kozen we voor TRP het onderwerp mensen zonder papieren en vluchtelingen. Dat gebeurde na het klassikaal bekijken van de film The Freedom Writers die zowel het fascinerende als de op te lossen problemen van projectwerking illustreerde a.d.h.v. het werk van een Amerikaanse collega met een etnisch sterk verdeelde klas. We begonnen aan het opstellen van de beide aspecten die als eerste vereist zijn:

  1. Beschrijving van het onderwerp:

‘De noodzaak van wereldburgerzin

In haar standaardwerk over de geschiedenis van de Europese migratie en vluchtelingenroutes beklemtoonde Saskia Sassen de nood aan een groter besef van de eenheid van de wereld en de ruimtelijke structuur van de migratiestromen. Met meer inzicht in de geografische invloedsferen van de rijke landen en in de oorzaken van de ongelijke ontwikkeling op wereldvlak, zouden regeringen een meer internationaal, humaner en efficiënter asiel- en migratiebeleid kunnen bedenken (Sassen S., 1999 : Guests and Aliens, NY : The New Press).

Aan de hand van heel wat cijfermateriaal toonde Sassen aan dat het wijdverspreide beeld van een ongedetermineerde invasie van horden gelukzoekers, en het begrip van de ontvangende landen als passieve actoren (die alleen maar voor de keuze zouden staan tussen het meer of minder sluiten van hun grenzen), niet overeenstemmen met de realiteit. Het aantal immigranten in Europa bedraagt iets meer dan vijf procent van de totale bevolking. De grootste vluchtelingenstromen en migratiegolven doen zich voor in de Derde Wereld. En rijke landen staan voor immigratiegolven die niet alleen vaak zijn ingebed in de ruimtelijke geschiedenis van hun koloniale verleden, maar die ook op gang worden gehouden door de vraag naar goedkope arbeidskracht. Grenscontroles zijn dan ook niet de enige middelen voor het beheren van migratie. Als spil van het beleid veroorzaken zij bovendien een aantal nefaste problemen, die Caroline Moorehead treffend wist samen te brengen in haar eerbetoon aan de moed van vluchtelingen en hun wil om te overleven (Moorehead C., 2007, Op de vlucht, Amsterdam: Meulenhoff):

De muur die de rijke landen optrekken om de armoede en de ellende van de rest van de wereld zoveel mogelijk buiten te houden, blijkt veel minder solide dan vaak wordt aangenomen. Minder dan de helft van de mensen die asiel aanvragen, krijgen dat ook. Maar het laat zich duidelijk aanzien dat regeringen niet bij machte zijn om alle anderen, waaronder ook zij die om verschillende redenen geen asiel aanvragen, effectief tegen te houden en terug te sturen naar het land waar ze toevallig werden geboren. Dat ondergraaft de geloofwaardigheid van hun aanpak en daarmee ook het vertrouwen onder hun burgers. Naarmate diezelfde maatregelen systematisch worden voorgesteld als zaligmakend, geloven steeds meer burgers dat mensen zonder papieren vooral opportunisten zijn, misbruik willen maken van onze gastvrijheid en bijgevolg geen bescherming of hulp verleend moeten worden. Zoals ook toenmalig Europarlementslid Annemie Neyts onderlijnde (…) geven die vooroordelen op hun beurt aan autoritaire en populistische partijen de kans om de democratie uit te hollen en andere partijen op te jutten om jacht te maken op iedereen die hier “niet thuis hoort” (Neyts, geciteerd in Coene G., 2001, Asiel en illegale migratie, in: Commers R. & Blommaert J. (red.), Het Belgische asielbeleid, Berchem: EPO). Maar zowel met het ongastvrij ontvangen van asielzoekers, het tolereren van de vaak mensonwaardige omstandigheden waarin undocumented migrants terechtkomen, als met het opsluiten en deporteren van vele bij de lurven gevatte papierlozen, creëren regeringen ook een verlegenheid, die zich opdringt bij iedere verantwoording die wil ontkomen aan voor steeds meer kritische burgers voor de hand liggende kritiek.

Die kritiek omvat vier centrale argumenten. Ten eerste dat dit voor snel vergrijzende landen geen verstandig beleid kan zijn. Ten tweede dat dit maar moeilijk te rijmen valt met het vaak bejubelde vrije verkeer van goederen en kapitaal. Ten derde dat dit onmogelijk in overeenstemming kan zijn met de geest van de mensenrechten. En ten vierde dat enkel een politiek voor een meer duurzame ontwikkeling op wereldvlak regeringen in staat kan stellen in humaan opzicht meer te doen dan het af en toe organiseren van een regularisatieronde om het al te nationale dossier te deblokkeren.

Het is vooral met dat laatste dat regeringen, afgezet tegen de controles, het opsluiten en het deporteren, duidelijk aantonen dat we hier inderdaad te maken hebben met wat Moorehead, in navolging van Gervais Appave van de Internationale Organisatie voor Migratie in Genève, “het onopgeloste probleem van de globalisering” heeft genoemd.’ (JWW, p.139-141)

2. Algemeen didactisch idee:

‘Algemeen idee voor de trajectuitwerking

Het is allang duidelijk dat de problematiek van mensen zonder papieren ons allen echt kan raken. Zij leven immers tussen ons, zitten naast ons op de tram of op de bus, staan samen met ons in de rij voor de kassa van de supermarkt. Sinds enkele jaren zien zij zich ook verplicht om zich te organiseren en op risico van arrestatie en deportatie ons met allerhande acties te wijzen op de aantasting van hun menselijke waardigheid. Wat zou het geven wanneer we leerlingen zou onderdompelen in de paradox van vrijwel rechtelozen in de landen van de mensenrechten? Wat zou het veroorzaken wanneer we ze in het aanzicht van untouchables zouden laten kennismaken met wat zich afspeelt in de schaduw van onze consumptiemaatschappij? Wellicht zal in die verplaatsing van hun onschuld de verwarrende realiteit opdoemen van een wereld die zichzelf heeft vastgereden, en zullen zij zich vervolgens vragen stellen over de werkelijke reikwijdte van veel van hun morele keuzes. Maar we kunnen ook aannemen dat wanneer we die verwarring lang genoeg zouden kunnen aanhouden, ze ook onwillekeurig aanleiding zal geven tot het overwegen van de betekenis en de zin van wereldburgerschap.

Eerst zal dit opduiken als een nog ongedefinieerd gevolg van de meer systematische kritiek van het huidige asielbeleid, die hun verbazing of verontwaardiging zal opeisen: vragen in verband met de ernst en de omvang van de ontdekte armoede en uitsluiting, over de impact van politiek, wetgeving en vooroordelen op het leven in de spelonken van onze samenleving. Ook vragen in verband met rechtvaardigheid en vrijheid, naar de mogelijkheden tot verandering en naar de zin van een engagement. Daarna zal het overwegen van wereldburgerschap gebeuren in een al wat duidelijker perspectief. Daarin kan een aangehouden betrokkenheid samengaan met de toenemende afstand in hun reflectie, wanneer zij zich ook andere vragen zullen stellen over de mondiale ontwikkelingen die de problematiek veroorzaken, en die een herijking van de democratie op wereldvlak noodzakelijk maken.

Als we dus in staat zouden zijn om hun zoektocht en betrokkenheid gaande te houden, dan zal hun groeiend besef van de ongelijke ontwikkeling van de wereld, en van rechtvaardigheid als een mondiale kwestie, hen niet alleen kritischer en bedachtzamer maken, maar ook overtuigen van de zin van de onophoudelijke strijd voor de mensenrechten.’ (JWW, p.142)

Deze twee onderdelen garandeerden de doelgerichtheid en toonden aan dat het gekozen onderwerp functioneel is voor de typische opbouw van wereldburgerzin.

StumbleUponPrintFriendly