Mark Saey | Civiclab

2.2. Illegale migratie

Een tweede deel van de analyse zou voor het vak Geschiedenis worden gemaakt en verduidelijkte voor de leerlingen de historiek van “illegale migratie”. Daartoe gingen de leerlingen ook naar het academische congres Grenzeloze Solidariteit van het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies (Universiteit Antwerpen). Daar woonden ze in kleine groepjes de workshops bij, die de verschillende (economische, juridische, culturele, …) dimensies van het onderwerp aankaartten, en welke zij nadien als onderdeel voor de vakken Nederlands en Engels in spreekbeurten aan elkaar weergaven.

Op die manier kwamen zij ook in contact met het academisch wetenschappelijke onderzoek, verschillende organisaties uit het maatschappelijke middenveld, en verwerkten zij ook de lezing van de internationale expert op het vlak van illegale migratie Frank Düvell.

Mark Saey | Civiclab

‘In de voormiddag zou Frank Duvëll, professor in Oxford en expert inzake migratiepolitiek, aan de meer dan 100 deelnemers van diverse verenigingen en universiteiten een lezing geven over de oorzaken en gevolgen van irregular immigration. Bij het intekenen keken nogal wat volwassenen verbaasd om naar de leerlingen die een voor een om hun badge gingen. De filmcrew stelde zich op in een hoek van het auditorium. Snuisterend in hun tekstbundel zochten de leerlingen zich een plek. Een paar minuten nadat ze hun koptelefoontjes voor de vertaling hadden aangezet, begrepen ze dat Duvëll goed aansloot op Sams algemene inleiding tijdens de Starthappening:

“De bestaande immigratiewetten in grote delen van de wereld creëren een schaduwzone met zijn eigen regels en condities. Voor de meesten onder ons blijven die onzichtbaar, maar voor zij die er zich in bevinden kan het behoorlijk desastreus zijn […] De wetgeving is er onmiskenbaar op gericht om illegale migratie te ontraden […] Maar gegeven het grote aantal mensen zonder wettig verblijf is het duidelijk dat dit effect niet bereikt wordt, en dat het niet toelaten van die mensen tot sociale voorzieningen en wettelijke bescherming bijgevolg veeleer op bestraffing lijkt.”

Verwijzend naar zijn boek Illegal Immigration in Europe (2006) deed Duvëll vervolgens de geschiedenis van dat begrip uit de doeken.

“‘Illegale migratie’ werd voor het eerst gebruikt in de jaren 30 van de vorige eeuw, toen ongewenste Joodse migratie naar Palestina door de Britse autoriteiten onwettelijk werd genoemd. Het werd opnieuw gebruikt in de jaren 1960 en 1970, hoewel slechts af en toe. In feite werd het begrip pas in het midden van de jaren 1980, en vooral in de jaren 1990 populair. Daarvoor was migratie immers niet gereguleerd […], onverwachte immigranten werden als spontaan omschreven, en konden dikwijls zonder veel problemen hun verblijf regulariseren. Pas rond 1970, toen de naoorlogse groeifase plots ophield, werden liberale regels en gastarbeidersprogramma’s verlaten. In de plaats daarvan zou wetgeving komen die zelfgekozen migratie uitsloot en voormalige rechten en vrijheden zou inperken.”

Wat Duvëll op die manier duidelijk maakte, was dat illegale migratie geen natuurlijk gegeven is, geen fenomeen dat altijd al heeft bestaan. Het is veeleer, zoals hij het zelf stelde, een sociaal construct van een bijzondere politieke en juridische praktijk die slecht is aangepast aan de realiteit van de mondialisering. Naast factoren die samengaan met deïndustrialisatie (in het bijzonder de vraag naar goedkope handenarbeid en de spanning tussen flexibilisering en rigide overheidsregels), wordt illegale migratie ook veroorzaakt door de paradox van toenemende mondiale integratie, mobiliteit van informatie, kapitaal en goederen, en toegang tot (internationaal) transport enerzijds, en de steeds strengere beperking van migratie of het vrije verkeer van mensen anderzijds. Liberale staten staan met een groeiende illegale onderklasse binnen hun grenzen dan ook voor een ernstig dilemma. Om dat te begrijpen, zo ging Duvëll verder, moet men niet meer doen dan zich eens de volgende vragen stellen:

“Is het mogelijk, politiek, praktisch, en ethisch gezien, om 4 tot 8 miljoen illegale migranten uit Europa te verwijderen? Is het mogelijk om bedrijven, huishoudens en etnische minderheden zo te controleren dat het in dienst nemen en huisvesten van illegale migranten onmogelijk wordt? Is het mogelijk om mensen zonder wettige verblijfspapieren volledig uit markten en publieke voorzieningen te weren zodat hun verblijf totaal onmogelijk wordt gemaakt?”

In autoritaire regimes kan dat misschien wel enigszins lukken, zo vervolgde Duvëll, en hij zette dat meteen op scherp:

“Aan Turkse grenzen worden illegale migranten neergeschoten, in Libië worden massaal mensen gedeporteerd, en in Oekraïne worden niet-blanken dagelijks gecontroleerd en gaat de buurtpolitie voortdurend actief op zoek naar verstoken illegalen. Maar in een liberale democratie staan de mensenrechten, de ondernemingsvrijheid, de rechtsstaat en een kritisch middenveld dit niet zomaar toe. Bovendien toont onderzoek aan dat hoe strenger de grenscontroles zijn, hoe meer gesofisticeerd illegale migratie wordt, en dat naarmate de interne controles worden opgedreven de illegale migratie niet verdwijnt, maar gewoon dieper de schaduwzone ingaat. Het lijkt er dan ook op dat, ondanks vaak gehoorde populistische opvattingen, repressieve maatregelen eerder averechts werken.”

Dat roept dan ook bijna vanzelf de vraag naar alternatieven op. Als besluit gaf Duvëll zijn publiek daarvoor volgend lijstje maatregelen ter overweging:

“(1) amnestie en algemene regularisaties, (2) de introductie van meer legale migratiekanalen (zoals circulaire migratie of gastarbeidersmigratie), (3) het heroriënteren van budgetten voor immigratiecontroles naar ontwikkelingshulp, (4) politieke integratie (zoals de opeenvolgende expansies van de EU telkens ook heel wat migratie regulariseerden), (5) het ernstig nemen van de economische literatuur, die aangeeft dat het zich vrij over de aardbol mogen verplaatsen voldoende economisch voordeel zou opleveren om de migratiedruk aanzienlijk te doen afnemen, en (6) zich publiekelijk achter politieke filosofen scharen die het recht op migratie ook op nog andere gronden verdedigen.” ‘ (JWW, p.200-201)

Na de behandeling van de Europese wetgeving ter zake, zou de derde stap in de analyse de leerlingen tot het beoogde inzicht in de mondiale realiteit brengen. Maar vooraleer daarmee aan te vangen zetten we de stap om de leerlingen hun leerproces nu in eigen handen te doen nemen. Dat gebeurde voor het vak Nederlands (maar evengoed voor de andere) door vlak na de examenperiode, tijdens de kerstvakantie, de verworven kennis te schematiseren en deze samen met de kunstwerken, de gemaakte brochure, affiches en lopende fotoreportage publiek te exposeren in de plaatselijke bibliotheek: “Expo Jongeren worden wereldburgers”. Daardoor kregen de leerlingen een reflexief inzicht in hetgene waarmee ze mee bezig waren. Van de expo werd een reportage gemaakt door AVS TV.

Voorbeeld van een Examen I in het spil-vak LVB/B (merk het onderscheid tussen kennis, inzicht en toepassing)

Kennis

  1. De opvoeding in humanistische zin verschilt van twee extremen. Geef een accurate omschrijving van die twee andere opvoedingswijzen.
“Eén: ‘vrijheid, blijheid’, het volste vertrouwen in de spontane ontwikkeling van het kind. Twee: ‘heteronome discipline’, het desnoods met lijfstraffen opleggen van een conservatieve opvoeding. De humanistische opvoeding steunt op de rede en deugd.” (Jolien)
  1. Geef de drie pijlers van de cursus Vrijzinnig Humanisme. 
“Werken aan je karakter (de weg van de virtus of uitmuntendheid). Leren kritisch denken. Een levensbeschouwing opbouwen (de relatie tot jezelf, anderen, de natuur; zich in de wereld oriënteren op basis van kennis).” (Sam) 

  1. Wat is een vluchteling volgens de Conventie van Genève? 
“Iemand die vlucht uit vrees voor vervolging, door problemen op het vlak van nationaliteit, sociale groep, politiek, of religie.” (Angelika)
  1. Vooral één bepaalde instelling beslist of iemand al dan niet het vluchtelingenstatuut en verblijfspapieren krijgt. Wat is de naam van die instelling?
“Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen.” (Glenn) 

  1. Sinds 10 oktober 2006 kent België ook een subsidiaire bescherming, naast de Conventie van Genève. Wat houdt die juist in?
“Subsidiaire bescherming krijgt men wanneer men vlucht uit oorlogsgevaar, executie, mensonwaardige behandeling ( foltering). Indien na enkele jaren de situatie in het thuisland niet beterde, kan de vluchteling hier blijven.” (Ruben)
  1. Geef twee belangrijke rechten die mensen zonder we ig verblijf in België niet hebben.
“Geen recht op werk, geen recht op sociale zekerheid.” (Lieselotte) 

  1. Moet een leerkracht een minderjarige leerling zonder wettig verblijf aangeven bij de politie? Ja of neen.
“Neen, leerkrachten moeten dat niet doen.” (Jennifer) 

  1. Van het zestal basisrechten voor mensen zonder wettig verblijf zijn er eigenlijk maar twee die afdwingbaar zijn. Welke twee rechten zijn dat?
“Recht op onderwijs voor minderjarigen. Recht op dringende medische hulp.” (Paco) 


Inzicht

  1. Iemand die beweert dat alle mensen die hier leven dezelfde rechten genieten, is geen ‘meester over zichzelf ’. Waarom niet? “Dat is zeker niet zo voor mensen zonder wettig verblijf. Meester zijn over jezelf is zoiets als jezelf kunnen inhouden door juiste inzichten.” (Liza)
  1. Er zijn twee soorten deugden. Wat is het verschil tussen beide soorten?
“Kleine deugden, daar sta je niet altijd bij stil, die gebruik je als vanzelfsprekende goede karaktertrekken. Grote of kardinale deugden ‘overheersen’ de kleinere, geven er richting aan.” (Lien)
  1. Moet een leerkracht een minderjarige leerling zonder wettig verblijf aangeven bij de politie? Ja of neen.
“Neen, leerkrachten moeten dat niet doen.” (Jennifer) 

  1. Van het zestal basisrechten voor mensen zonder wettig verblijf zijn er eigenlijk maar twee die afdwingbaar zijn. Welke twee rechten zijn dat?
“Recht op onderwijs voor minderjarigen. Recht op dringende medische hulp.” (Paco) 

  1. België hanteert een duidelijk verschil in rechten tussen die van mensen zonder wettig verblijf en die van mensen die wel dat papier hebben. Toch kan België daar niet de consequentie aan verbinden dat die mensen zonder wettig verblijf op ons grondgebied dan ook helemaal geen rechten hebben. Waarom niet eigenlijk – hoe kan iemand die hier onwettig verblijft toch rechten hebben? 
“Omdat België vroeger een reeks internationale akkoorden op basis van mensenrechten heeft ondertekend waardoor de staat hen niet zomaar alle rechten kan ontnemen.” (Anton) 


 Toepassing

  1. Toon kort aan hoe je door TRP de vier kardinale deugden in praktijk leert brengen.
“Bij dit project moet je jezelf echt inzetten, waar moed bij komt kijken. Je doet ook je best voor andere mensen, niet egoïstisch maar rechtvaardig. En je moet er goed bij nadenken, bezinnen eer je begint (bezonnenheid of wijsheid) en met anderen goeie beslissingen nemen (matigheid).” (Lisa)
  1. “De aanwezigheid van vele mensen zonder wettig verblijf vormt op termijn een bom onder onze samenleving.” Geef voor deze stelling minstens twee argumenten. “Deze mensen worden uitgesloten van deelname aan de activiteiten in onze maatschappij. Ze hebben veel minder rechten waar- door ook minder op hun burgerzin kan worden gerekend of waardoor ze soms tot illegale praktijken worden aangezet.” (Glenn) 


StumbleUponPrintFriendly